Terug
Audit 23-09-21

Prinsjesdag: De belangrijkste fiscale aanpassingen 2022

Welke belangrijke fiscale voorstellen voor ondernemers kwamen op Prinsjesdag uit het koffertje van de demissionair minister van Financiën? Wij zetten de belangrijkste voor u op een rij:

  1. Thuiswerken

Per 1 januari 2022 kunt u uw werknemers een onbelaste thuiswerkkostenvergoeding geven van maximaal € 2 per dag. Dit bedrag is gebaseerd op een berekening van het Nibud van de gemiddelde extra kosten voor bijvoorbeeld koffie en verwarming per thuisgewerkte dag. Voor het inrichten van een thuiswerkplek kon u onder bepaalde voorwaarden al een onbelaste vergoeding geven. Ook blijft een onbelaste reiskostenvergoeding van maximaal € 0,19 per kilometer voor woon-werkverkeer bestaan voor de dagen dat de werknemer naar kantoor gaat.

Let op! U mag uw werknemers op de dag dat zij thuiswerken geen reiskostenvergoeding van € 0,19 verstrekken.

Dit betekent dat u bij een vergoeding voor thuiswerken en reiskosten altijd per dag de kostenvergoeding moet vaststellen. U kunt er ook voor kiezen om aan te sluiten bij een door de wetgever goedgekeurde praktische regeling.

2. Maatregelen voor het klimaat

Al jaren stimuleert de overheid bedrijven om te investeren in innovatieve, milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen met de Milieu-investeringsaftrek (MIA). Met de MIA mogen ondernemingen een percentage van de investeringskosten aftrekken van de fiscale winst. Zij hoeven dan minder inkomsten- of vennootschapsbelasting te betalen. 

Per 1 januari 2022 worden de percentages verhoogd, zodat u een hogere aftrek kunt krijgen. Milieuvriendelijke investeringen worden daarmee aantrekkelijker. De MIA kent nu drie percentages: 13,5%, 27% en 36%. Vanaf 1 januari 2022 worden deze steunpercentages verhoogd naar 27%, 36% en 45%. 

Tip! Overweeg uw milieuvriendelijke investeringen uit te stellen tot 2022! 

Op de Milieulijst staat aangegeven welk percentage geldt voor een milieuvriendelijk bedrijfsmiddel. RVO vernieuwt de Milieulijst aan het einde van ieder jaar. In combinatie met de Vervroegde afschrijving milieu-investeringen (Vamil) kan het netto belastingvoordeel voor u oplopen tot ruim 14% van het investeringsbedrag. 

3. Maatregelen voor startende bedrijven

Het wordt aantrekkelijker om werknemers in aandelenopties uit te betalen. Hierdoor kunnen bijvoorbeeld start-ups en scale-ups gemakkelijker talent aantrekken en wordt een stimulans gegeven aan de ontwikkeling van nieuwe bedrijven in Nederland. 

Momenteel wordt belasting betaald over aandelenopties op het moment dat het verkregen optierecht wordt omgezet in aandelen. Het nadeel van dit heffingsmoment is dat werknemers (en de werkgever) direct belasting betalen, terwijl ze de aandelen niet altijd al mogen verkopen of voldoende geld hebben om de belasting te betalen.

Een werknemer kan vanaf 1 januari 2022 zelf kiezen wanneer belasting wordt geheven:

  • op het moment waarop de aandelen verhandelbaar zijn en er daardoor wel geld beschikbaar is, of:
  • op het moment dat de opties worden omgezet in aandelen (huidige regeling).

4. Zakelijkheidsbeginsel in grensoverschrijdende situaties

Voor het bepalen van de fiscale winst voor de vennootschapsbelasting zijn gelieerde vennootschappen verplicht om zakelijk met elkaar te handelen oftewel ‘at arm’s length’. Met zakelijk handelen wordt bedoeld dat de onderlinge transacties zoals het leveren van diensten en goederen worden verricht tegen een prijs dat een onafhankelijke derde in rekening zou brengen onder dezelfde voorwaarden. Onder de huidige regelgeving wordt in gevallen dat niet voldaan wordt aan het ‘at arm’s length’ beginsel de al in rekening gebrachte prijs gecorrigeerd, ook in het geval dat in een grensoverschrijdende situatie een vergelijkbare correctie gedeeltelijk of geheel achterwege blijft. In het geval dat een verrekenprijzencorrectie tot een aftrek leidt ten laste van de Nederlandse fiscale winst waarbij een corresponderende verrekenprijzencorrectie c.q. betrekking in de fiscale winst van in het andere land uitblijft, kan dit leiden tot non-belasting. Een nieuw wetsvoorstel is ingediend om in dit soort gevallen de verlaging van de Nederlandse belastbare winst tegen te gaan, door een aftrek geheel of gedeeltelijk te weigeren. Dit wetsvoorstel kent ook regelingen die zien op de overdracht van vermogensbestanddelen in gelieerde situaties. Daarnaast kan er in bepaalde gevallen sprake zijn een van samenloop met andere bepalingen van vennootschapsbelasting en de wet bronbelasting.

5. Verandering verrekening vpb

Het Hof van Justitie EU heeft in een rechterlijke uitspraak aangegeven dat binnenlandse en buitenlandse ondernemingen gelijk moeten worden behandeld. Ook in Nederland worden binnenlandse ondernemingen anders behandeld dan buitenlandse ondernemingen op het gebied van de teruggave van voorheffingen in de vennootschapsbelasting zoals dividendbelasting. Om de Nederlandse wetgeving in overeenstemming te krijgen met het EU-recht, stelt het kabinet het volgende voor:

  • Bedrijven kunnen vooraf betaalde dividendbelasting en kansspelbelasting (voorheffingen) alleen nog verrekenen met te betalen vennootschapsbelasting. Er vindt dus geen teruggaaf meer plaats.
  • Het bedrijf kan de voorheffingen in een later jaar verrekenen met te betalen vennootschapsbelasting. Dit hoeft niet meteen in het eerstvolgende jaar.
  • De niet-verrekende voorheffingen kunnen onbeperkt worden doorgeschoven naar latere jaren.

6. Dichten heffingslek mbt houdster- en financieringsverliezen

Hoewel de houdsterverliesregeling per 2019 is afgeschaft, kunnen bestaande houdsterverliezen nog steeds in beginsel alleen worden verrekend met houdsterwinsten (dwz winsten behaald in een jaar waar de activiteiten voor meer dan 90% bestaan uit het houden/financieren van deelnemingen) en in principe alleen indien het saldo vordering -/- schulden op/aan verbonden lichamen niet hoger is dan in het verliesjaar. In de praktijk kan als gevolg hiervan een houdsterverlies vrijwel niet verrekend worden.

In een recent arrest oordeelde de Hoge Raad echter dat houdsterverliezen ook met reguliere (operationele) winsten kunnen worden verrekend, indien de entiteit met de houdsterverliezen een nieuwe entiteit opricht, waarmee het een fiscale eenheid vormt vanaf de datum oprichting. Uiteraard moest deze nieuwe entiteit dan wel belaste winsten gaan genereren en moeten er dus nieuwe activiteiten in worden ontplooid.

Aangezien het kabinet een dergelijke verrekening van houdster- en financieringsverliezen (en de budgettaire consequenties hiervan) onwenselijk vindt, is op Prinsjesdag is aangekondigd dat er op korte termijn een voorstel zal komen om de gevolgen van voornoemd arrest te repareren

7. Tientallen miljoenen voor stekkerauto’s

Nederlanders zullen komende jaren met flinke subsidies worden gestimuleerd om elektrisch te gaan rijden. Het demissionaire kabinet trekt vele tientallen miljoenen uit om het wagenpark te elektrificeren.

Zo komt er vanuit het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat tot en met 2025 negentig miljoen extra vrij voor particulieren die een elektrische auto willen kopen (of private leasen). Voor elektrische of waterstofbestelbussen is 28 miljoen euro extra, verdeeld over de komende jaren.

Het kabinet trekt ook de knip voor vergroening van de bouw, vooral bedoeld om minder stikstof uit te stoten. Bedrijven en bouwvakkers kunnen vanaf volgend jaar in totaal 20 miljoen euro subsidie krijgen voor schone betonmolens, elektrische graafmachines of aggregaten.

Het ministerie investeert daarnaast ook flink (in 2022 3,6 miljard) in onderhoud, vervanging en renovatie van wegen, bruggen en spoor. Tevens zal er veel geld gaan naar verbeteren van de verkeersveiligheid.

Bron: Telegraaf

8. Wetsvoorstel Wet implementatie belastingplichtmaatregel uit de tweede EU-richtlijn antibelastingontwijking

In het pakket Belastingplan 2022 is een Wetsvoorstel Wet implementatie belastingplichtmaatregel uit de tweede EU-richtlijn antibelastingontwijking opgenomen.

In dit wetsvoorstel wordt de belastingplichtmaatregel nader ingeregeld in de systematiek van de inkomstenbelasting, de vennootschapsbelasting, de dividendbelasting en de bronbelasting. Tevens worden enkele aanpassingen voorgesteld van de in de genoemde implementatiewet opgenomen belastingplichtmaatregel. Ook wordt voorgesteld om het toepassingsbereik van de hybridemismatchmaatregelen in de vennootschapsbelasting uit te breiden naar gevallen waarin de hybridemismatch ontstaat tussen de belastingplichtige en een gelieerd natuurlijk persoon.

Per 1 januari 2020 zijn in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 de hybridemismatchmaatregen die volgen uit de tweede EU-richtlijn antibelastingontwijking (ATAD2) in werking getreden. Deze maatregelen bestrijden belastingontwijking waarbij gebruik wordt gemaakt van kwalificatieverschillen tussen belastingstelsels (zogenoemde hybridemismatches) van zowel de lidstaten van de Europese Unie (EU) onderling als EU-lidstaten en derde landen. Daarnaast is in ATAD2 en de Wet implementatie tweede EU-richtlijn antibelastingontwijking een maatregel opgenomen die de oorzaak van een hybridemismatch aanpakt. Dit betreft de zogenoemde belastingplichtmaatregel voor omgekeerde hybride lichamen. Omgekeerde hybride lichamen zijn samenwerkingsverbanden die voor belastingdoeleinden door de staat naar het recht waarvan deze samenwerkingsverbanden zijn aangegaan of waarin ze zijn gevestigd als transparant (niet zelfstandig belastingplichtig) worden aangemerkt en door de staat waar een gelieerd lichaam is gevestigd dat participeert in een dergelijk samenwerkingsverband als niet-transparant (en daarmee zelfstandig belastingplichtig) worden aangemerkt. Deze samenwerkingsverbanden worden op grond van de in dit wetsvoorstel voorgestelde wijzigingen in de vennootschapsbelasting binnenlands belastingplichtig in Nederland, als het samenwerkingsverband is aangegaan naar Nederlands recht, dan wel Nederland de staat van vestiging is. Deze maatregel zorgt ervoor dat het land van vestiging onder bepaalde omstandigheden de kwalificatie volgt van het land waar de participanten zijn gevestigd.

Bron: taxence.nl

+31 (0)40 264 96 10 Vestigingen