Money 2696219
31 augustus 2020

Oordeel Hoge Raad over investeringsaftrek

De Hoge Raad heeft in een arrest duidelijkheid gege­ven over de vraag op welke manier de hoogte van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) moet worden berekend bij vennoten in een sa­menwerkingsverband.

Twee echtgenoten hebben gezamenlijk een VOF. In 2016 investeren zij gezamenlijk € 83.476 in de VOF. In 2016 levert dit investeringsbedrag op grond van de KIA-tabel in de Wet Inkomstenbelasting een bedrag aan investeringsaftrek op van € 15.687. Beide echtge­noten willen dit bedrag ten laste van hun winst bren­gen, maar de inspecteur weigert dat. De rechtbank geeft de inspecteur gelijk. Het is niet toegestaan dat allebei de echtgenoten de gehele investeringsaftrek claimen. De echtgenoten gaan tegen dit oordeel in cassatie.

De Hoge Raad oordeelt echter dat de rechtbank de juiste beslissing heeft genomen. Hoewel voor iedere vennoot in een samenwerkingsverband individueel de investeringsaftrek moet worden berekend, is het vol­gens de Hoge Raad niet de bedoeling van de wetge­ver geweest dat met een samenwerkingsverband meer investeringsaftrek wordt genoten dan wanneer een ondernemer een eenmanszaak zou exploiteren.

In dit geval hadden beide echtgenoten recht op een aftrek van € 7.843,50 (50% van € 15.687).