Terug
Audit 04-04-22

Nieuwsbrief German Desk Q1 2022

Verkoop van Duits onroerend goed – belastingafdracht

De verkoop van Duits onroerend goed door in het buitenland gevestigde bedrijven, kan worden bemoeilijkt door de verplichting die de Duitse belastingdienst stelt waarbij de koper zekerheid moet bieden. De Duitse wet inkomstenbelasting (Einkommensteuergesetz) bevat namelijk een bepaling op grond waarvan de Duitse belastingdienst de koper van een in Duitsland gelegen onroerend goed kan verplichten een forfaitair bedrag van maximaal 25% van de aankoopprijs af te dragen. Hiermee wil de Duitse belastingdienst de betaling van inkomstenbelasting over de stille reserves van het onroerend goed bij verkoop veiligstellen.

Indien de koper deze afdracht verplichting schendt, is hij persoonlijk aansprakelijk voor de naleving en betaling van de belasting. Om problemen voor de vastgoedtransactie te vermijden, is het voor de koper van belang, dat deze belasting verrekend wordt met de koopprijs. Dit dient in de koopovereenkomst te worden overeengekomen.

Duits UBO-register aangescherpt

Ook in Duitsland bestaat het UBO register. In het Duitse register dienen eveneens de uiteindelijk belanghebbenden gemeld te zijn om op die wijze transparantie te bevorderen. Voorheen hoefde belanghebbenden bij een GmbH, een OHG en een KG zich niet te melden voor het register omdat alle gegevens reeds bekend waren bij het handelsregister. Dit werd de “Mitteilungsfiktion” genoemd.

Nu worden de regels echter aangescherpt. Alle vennootschappen die voorheen gebruik maakten van de meldingsfictie moeten alsnog aan het UBO-register melden wie hun uiteindelijk belanghebbenden zijn en wat hun belang is. De datum waarop dit moet gebeuren hangt af van de rechtsvorm en loopt uiteen van 31 maart 2022 tot en met 31 december 2022. Voor de GmbH geldt een termijn die loopt tot 30 juni 2022. Indien geen melding wordt gedaan, kan een boete worden opgelegd die kan oplopen tot 1 milioen euro!

Winsten opgekomen bij de verkoop van Cryptomunten

Het Duitse Finanzgericht Badem-Württemberg heeft beslist over een casus waarbij een natuurlijk persoon winst maakt met de handel in Cryptomunten. De vraag was of deze winst kwalificeert als een belaste verkoopwinst in de Duitse wet inkomstenbelasting of dat geen sprake is van een belaste transactie. Het Finanzgericht heeft geoordeeld dat er sprake is van een belaste verkoopwinst. De reden hiervan is dat het Finanzgericht de term activa breed uitlegt en dat daaronder alle geldelijke voordelen van een belastingplichtige kunnen vallen.

Tegen de uitspraak is door de belastingrechter beroep bij het Bundesfinanzhof toegestaan aangezien nog geen uitspraken zijn over deze materie. Hierbij zou kunnen worden aangesloten in vergelijkbare gevallen.

Vervreemdingswinst aanmerkelijk belang na immigratie (naar Duitsland)

Een Nederlander (X) heeft in 1998 een B.V. opgericht en daarbij € 18.000 kapitaal gestort. In 2006 verhuist X naar Duitsland en wordt daar binnenlands belastingplichtig. In 2016, na verloop van de 10 jaarstermijn die op een conserverende aanslag ruste in de toenmalige regeling, verkoopt hij zijn aandeel in de vennootschap en neemt hij als verkrijgingsprijs in Duitsland, de waarde van de B.V. op zijn emigratiedatum in aanmerking (€ 1.100.000).

De Duitse belastingdienst is het hier echter niet mee eens. Immers in Nederland is geen conserverende aanslag opgelegd. De Duitse belastingdienst neemt daarom aan dat niet is afgerekend in Nederland en stelt de verkrijgingsprijs vast op € 18.000 (in plaats van € 1.100.000). Zelfs nadat de Nederlandse belastingdienst in 2015 alsnog aangaf dat de waarde van de aandelen € 1.100.000 bedroeg ten tijde van de emigratie.

Het Bundesfinanzhof heeft het beroep van X afgewezen. Hoewel in Duitsland de verkrijgingsprijs in deze gevallen ook dient te worden vastgesteld op de waarde waarop X Duitsland binnenkomt, hoeft het Finanzamt zich niet te binden aan een aanslag uit de andere staat. Wel dient de Duitse fiscus rekening te houden met de vastgestelde belastingheffing in het buitenland. Echter, hiervoor dient in ieder geval een belastingaanslag aanwezig te zijn.

In de brief van 2015 heeft de Nederlandse belastingdienst de waarde van de aandelen op het moment van vertrek vastgesteld. Zij heeft echter geen belasting over de waardestijging in Nederland berekend of geheven. Zij heeft geen “kennisgeving van uitstel” afgegeven. Het is daarom niet mogelijk om de brief uit 2015 gelijk te stellen met een Nederlandse belastingaanslag. Dit zou neerkomen op een loutere fictie. De waardestijging van de deelneming was derhalve in Nederland niet “onderworpen” aan belasting.

X krijgt daardoor een aanslag met een veel hogere vervreemdingswinst van zijn Nederlandse B.V. opgelegd in Duitsland. Let daarom in gevallen waar dit nog speelt, voor het afschudden van het AB belang, goed op of daadwerkelijk een conserverende aanslag is opgelegd om dit probleem te voorkomen.

Hervorming onroerendzaakbelasting Duitsland

Vanaf 2025 zal een wijziging van de onroerendezaakbelasting in Duitsland zijn intrede doen. Daartoe dienen in 2022 reeds aangiften gedaan te worden ter vaststelling van de waarde van onroerende zaken. Deze “Feststellungserklärung” moet in de periode tussen 1 juli 2022 en 31 oktober 2022 worden ingediend via het ELSTER Portal. De benodigde gegevens hangen af van het Bundesland waarin het vastgoed zich bevindt. In het model opgaaf welke de landelijke overheid uitgeeft staan wel reeds diverse gegevens die van belang zijn. Zo dienen de grootte van het grondstuk, de soort van de bebouwing, de kadastrale gegevens over de ligging, het bouwjaar, de woon-/bruikbare oppervlakte en de kale huurprijs opgenomen te worden in de aangifte. Het is nog niet duidelijk wat er gebeurt indien de “Feststellungserklärung” niet tijdig wordt ingediend.

Thuiswerkende grensarbeiders en de (tijdelijke / structurele) gevolgen op het gebied van belasting en sociale zekerheid

Gedurende een geruime periode is het coronavirus onder ons. Om de spreiding van het virus tegen te gaan wordt geadviseerd om werkzaamheden – welke normaal op de werklocatie worden uitgevoerd – (deels) thuis uit te voeren. Bij een puur binnenlandse aangelegenheid (de werkgever en werknemer bevinden zich in hetzelfde land) zal dit thuiswerken geen invloed hebben op belastingheffing en sociale zekerheid. Daarentegen heeft dit thuiswerken mogelijkerwijs wél gevolgen als werkgever en werknemer zich niet in hetzelfde land bevinden, welke situaties zich voornamelijk voordoen bij arbeiders werkzaam/woonachtig in Nederland en Duitsland.

Voor deze grensarbeiders kan het thuiswerken grote gevolgen hebben voor belastingheffing en sociale zekerheid. Bij het overeenkomen van bestaande belastingverdragen/verordeningen tussen deze lidstaten zijn de (verplichte) coronamaatregelen immers niet voorzien. Om ongewenste situaties te voorkomen hebben de lidstaten aanvullende afspraken gemaakt omtrent deze heffingen, welke afspraken inmiddels nogmaals zijn verlengd tot en met in ieder geval 31 maart 2022.

Het (deels) thuiswerken door het coronavirus heeft directe gevolgen voor de belasting en sociale zekerheid van grensarbeiders in loondienst. Op deze gevolgen is adequaat gestuurd door Nederland met Duitsland (voor de belastingheffing), alsmede in Europees kader (voor de sociale zekerheid).

De schaal waarop het thuiswerken op dit moment wordt toegepast, alsmede de waarschijnlijkheid dat thuiswerken ook voor grensarbeiders blijvend zal zijn, is aanleiding om het thuiswerken voor grensarbeiders beter te gaan stroomlijnen. De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft hier onlangs een toekomstvisie over geschreven. Deze toekomstvisie wordt de komende maanden, tezamen met andere lidstaten, nader verkend.

Naar verwachting zal hier medio 2022 meer informatie over beschikbaar komen. Wij houden deze ontwikkelingen nauwgezet voor jullie in de gaten.

Zijn er vragen, laat dit dan weten bij de Duitsland Desk: