overgang van onderneming
26 april 2018

Payrollwerknemer gaat mee over bij een overgang van onderneming

Werkneemster verricht sinds 1 juni 2010 schoonmaakwerkzaamheden op een object. Schoonmaakbedrijf I heeft sinds 1 mei 2014 een contract voor het schoonmaken van het object.

Met ingang van 1 mei 2014 is werkneemster op basis van een uitzendovereenkomst voor onbepaalde tijd in dienst van een uitzendbureau, maar nog steeds werkzaam voor Schoonmaakbedrijf I. Dit uitzendbureau is in 2016 opgegaan in een zogenaamd payrollbureau.

Cao-bepaling contractwisseling

Het contract voor het schoonmaken van het object is per 1 januari 2018 gegund aan Schoonmaakbedrijf II en niet langer aan Schoonmaakbedrijf I. In de cao Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf is bepaald dat bij een contractwisseling de werkgever die het object verwerft aan de werknemers die op het moment van wisseling op het object werkzaam zijn een arbeidsovereenkomst moet aanbieden. Werkneemster wordt echter niet langer toegelaten haar werkzaamheden uit te voeren. Werkneemster spreekt Schoonmaakbedrijf I, het payrollbureau en Schoonmaakbedrijf II aan tot betaling van loon en tewerkstelling. Alle aangesproken partijen wijzen naar elkaar.

De vraag die voorligt is of ook in een payrollsituatie sprake kan zijn van overgang van onderneming. Aan de eisen van overgang van onderneming wordt voldaan. Werkneemster is gedurende lange tijd als enige werkzaam op het object. Nu de activiteiten van Schoonmaakbedrijf I ten aanzien van dit project worden voortgezet door Schoonmaakbedrijf II, hoort de werkneemster die deze werkzaamheden uitvoert daarbij. Daar doet niet aan af dat werkneemster middels een payrollconstructie door Schoonmaakbedrijf I bij een payrollbureau tewerk is gesteld.

Albron-arrest

Uit het Albron-arrest (HR 5 april 2013, JAR 2013/125) volgt dat permanent gedetacheerde werknemers bij overgang van onderneming mee overgaan, ook al zijn zij formeel niet in dienst bij het over te dragen onderdeel. Die omstandigheid is in de overwegingen van het EU Hof (HvJ EU, 21-10-2010, JAR 2010/298), en later dus ook de Hoge Raad, geen zelfstandig vereiste voor het van toepassing zijn van de richtlijn bij overgang van onderneming van de materiele werkgever op de daarbij permanent ter beschikking gestelde werknemers.

Bij payroll is sprake van een arbeidsovereenkomst met een permanent karakter met de inlener, in dit geval Schoonmaakbedrijf I. Zo ook bij werkneemster. Nu in het Albron-arrest afstand is gedaan van de leer dat de werknemer een arbeidsovereenkomst dient te hebben met de vervreemder van de overgaande onderneming dient dit naar het oordeel van de rechter ook te gelden voor de payrollconstructie als boven omschreven.

De werkneemster gaat bij overgang van onderneming mee over en geniet dezelfde bescherming als de werknemers die rechtstreeks in dienst zijn van een overdragende werkgever. Schoonmaakbedrijf II wordt veroordeeld tot betaling van het loon.

Heeft u vragen over payrolling of overgang van onderneming? Neem contact op met Martijn Moonen of Megin van Kempen voor advies hierover.