Terug
HR Services 20-03-26

Pseudo eindheffing op fossiele auto’s vanaf 2027 raakt werkgevers

Een van de aangekondigde maatregelen in het Belastingplan 2026 is de invoering van een pseudo eindheffing per 2027 voor fossiele personenauto’s die door werkgevers ook voor privégebruik ter beschikking worden gesteld. Deze maatregel grijpt direct in op de kostenstructuur van het wagenpark en vraagt om tijdige beleidskeuzes door werkgevers. Onder het begrip werkgever wordt in dit kader tevens de directeur-grootaandeelhouder begrepen, voor zover deze vanuit zijn persoonlijke holding een personenauto ter beschikking gesteld krijgt.

Wat houdt de pseudo eindheffing in?
De pseudo eindheffing is een werkgeversheffing binnen de loonbelasting. Deze heffing staat los van de reguliere bijtelling en kan niet worden verhaald op de werknemer. De regeling is van toepassing op fossiele en hybride personenauto’s met een CO₂-uitstoot hoger dan 0 gram per kilometer die voor privégebruik ter beschikking worden gesteld. Daarbij wordt woon-werkverkeer als privégebruik aangemerkt.

De maatregel geldt voor personenauto’s in de voertuigcategorie M1. Bestelauto’s en vrachtwagens vallen buiten de reikwijdte.

Tarief en toepassing van de heffing
De heffing bedraagt 12 procent op jaarbasis en wordt berekend over de cataloguswaarde van de auto. Voor auto’s ouder dan 25 jaar geldt de waarde in het economisch verkeer als grondslag. De pseudo eindheffing wordt per kalendermaand toegepast zodra de auto in die maand, al is het één dag, voor privégebruik ter beschikking staat. Afdracht vindt plaats via de aangifte loonheffingen.

Inwerkingtreding en overgangsregeling
De pseudo eindheffing treedt in werking per 1 januari 2027 en geldt voor auto’s die vanaf dat moment voor het eerst voor privégebruik ter beschikking worden gesteld. Voor auto’s die vóór deze datum al beschikbaar zijn gesteld, geldt een overgangsregeling tot 17 september 2030.

Deze overgangsregeling is gekoppeld aan het voertuig en het moment van eerste terbeschikkingstelling voor privégebruik, en niet aan de persoon van de werknemer of directeur-grootaandeelhouder. Daarmee wordt de timing van aanschaf en leasebeslissingen in 2026 en begin 2027 fiscaal relevant.

Gevolgen voor werkgevers en wagenparkbeleid
De maatregel leidt tot structureel hogere kosten voor fossiele personenauto’s. Werkgevers die ook na 2027 fossiele auto’s in het wagenpark willen blijven inzetten, kunnen door tijdige actie mogelijk gebruikmaken van het overgangsrecht.

Dit vraagt om inzicht in het huidige wagenpark en lopende leasecontracten, beoordeling van contracteinddata in relatie tot het overgangsrecht, heroverweging van het mobiliteitsbeleid en het autoreglement en het tijdig doorrekenen van de financiële impact richting 2027.

Timing van leasecontracten bepalend
De impact van de maatregel wordt duidelijk in de praktijk. Wanneer een bestaande leasetermijn eindigt op 30 november 2026 en een nieuwe fossiele auto per 1 december 2026 ter beschikking wordt gesteld met toegestaan privégebruik, valt deze auto onder de overgangsregeling. In dat geval is in beginsel geen pseudo eindheffing verschuldigd tot 17 september 2030.

Wanneer een bestaande leasetermijn eindigt op 31 januari 2027 en een nieuwe fossiele auto per 1 februari 2027 ter beschikking wordt gesteld, is de overgangsregeling niet van toepassing. De pseudo eindheffing van 12 procent over de cataloguswaarde is dan direct verschuldigd vanaf het moment van terbeschikkingstelling.

Deze voorbeelden laten zien dat kleine verschillen in contracttiming kunnen leiden tot structureel hogere werkgeverskosten over meerdere jaren.



Sander van de Schoot
Senior Consultant Global Mobility​​​​​​​ & Loonheffingen –
Crowe Foederer Nederland
s.schoot@crowefoederer.nl
LinkedIn