Getty Images 696152249 72Dpi
02 maart 2018

​Vrijstelling deelname BPF rechtmatig?

Op 30 december 2015 heeft Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW) aan ViaSana vrijstelling verleend van de verplichte deelneming in de pensioenregeling van PFZW voor de periode van 1 januari 2007 tot 1 januari 2017.

ViaSana heeft gedurende deze periode een pensioenregeling bij Interpolis ondergebracht. Werknemer meent dat zij vanaf haar indiensttreding bij ViaSana op 15 maart 2007 verplicht bij PFZW aangesloten had moeten zijn. Werkneemster stelt zowel een vordering in tegen PFZW als tegen ViaSana.

De vordering op PFZW

In de kern komt het geschil neer op de vraag of de door PFZW verleende vrijstelling van de verplichte deelneming in de pensioenregeling van PFZW rechtmatig is. PFZW handelt bij het verlenen en intrekken van vrijstellingen als bestuursorgaan in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Tegen de vrijstellingsbeslissing van PFZW staat aldus bezwaar en beroep open. In verband met termijnoverschrijding wordt het bezwaar van werkneemster echter niet-ontvankelijk verklaard.

Vast staat voorts dat de werkneemster van de gelegenheid gebruikt heeft gemaakt door op 21 april 2017 bezwaar te maken bij de commissie van bezwaar van PFZW. Bij beslissing op bezwaar van 4 juli 2017 is dit bezwaar wegens termijnoverschrijding niet in behandeling genomen (niet-ontvankelijk verklaard), waarna de werkneemster beroep heeft ingesteld bij de bestuursrechter van de rechtbank te Rotterdam. De beroepsprocedure bij de bestuursrechter loopt nog en de civiele rechter ziet daarin geen taak voor hem weggelegd. Indien de rechter de vordering wel dient te beoordelen, zal de vordering worden afgewezen, omdat de rechter moet uitgaan van de rechtmatigheid daarvan en de werkneemster geen argumenten heeft aangevoerd waarom het besluit (tegenover haar) onrechtmatig is.

De vordering op ViaSana

De werkneemster heeft haar vordering jegens ViaSana gegrond op onrechtmatig handelen, dan wel handelen in strijd met goed werkgeverschap. Zij heeft hiertoe allereerst gesteld dat ViaSana haar bij indiensttreding onjuist heeft geïnformeerd over de mogelijkheid om deel te (blijven) nemen aan de pensioenregeling van PFZW. Deze stelling treft naar het oordeel van de rechter geen doel. Uit het door de werkneemster gestelde kan niet worden afgeleid dat er ten tijde van de indiensttreding bij ViaSana op 15 maart 2007 al sprake was van mogelijke (verplichte) aansluiting van ViaSana bij PFZW.

Daarnaast verwijt de werkneemster ViaSana dat zij haar niet tijdig heeft geïnformeerd dat PFZW op 30 december 2015 een vrijstellingsbesluit had genomen en dat daartegen bezwaar kon worden gemaakt. Ook dit argument gaat niet op. Zoals hiervoor overwogen had de werkneemster de mogelijkheid om bezwaar te maken en heeft zij hiervan ook gebruik gemaakt. Indien de bestuursrechter oordeelt dat werkneemster niet als belanghebbende is aan te merken lijdt zij geen schade.

In geen van deze gevallen is eventueel door de werkneemster geleden schade echter door ViaSana veroorzaakt en aan ViaSana toe te rekenen. Alle vorderingen van werkneemster worden afgewezen.

Vragen?

Stelt een werknemer een pensioenvordering in, wilt u om vrijstelling vragen of is er onduidelijkheid over de pensioenregeling die u uitvoert, neemt u dan contact op met Berry Croonen of Bram Krijnen. Zij kunnen u begeleiden, informeren en adviseren op alle aspecten van pensioen.