Pensioen Lelab
02 maart 2018

Uitleg werkingssfeerbepaling volgens cao-norm

Jardin houdt zich bezig met de productie en verkoop van kunststof tuinmeubilair en aanverwante artikelen. Volgens de website van Jardin produceert zij jaarlijks circa 5 miljoen tuinmeubelen.

Jardin stelt dat zij en haar werknemers niet onder de werkingssfeer vallen van het Verplichtstellingsbesluit van de Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Meubelindustrie en Meubileringsbedrijven (hierna: BPF Meubel) en niet verplicht zijn om deel te nemen aan de door dat fonds uitgevoerde pensioenregeling.

Definitie werkgever

In het Verplichtstellingsbesluit van BPF Meubel is bepaald dat onder een werkgever in de Meubelindustrie en Meubileringsbedrijven wordt verstaan: de onderneming of afdeling van een onderneming die uitsluitend of in hoofdzaak werkzaamheden uitvoert, zoals het vervaardigen en/of bewerken, herstellen, assembleren, stofferen of met andere materialen bekleden van meubelen of onderdelen daarvan of van aanverwante artikelen, waaronder mede worden verstaan (onderdelen van) tuinmeubelen. Verder bepaalt het Verplichtstellingsbesluit van BPF Meubel dat een onderneming wordt geacht zich in hoofdzaak met de hiervoor bedoelde werkzaamheden bezig te houden indien het aantal daarbij betrokken werknemers groter is dan het aantal werknemers betrokken bij eventuele andere activiteiten.

Activiteiten werknemers

Jardin stelt dat van het totale aantal werknemers (151 in 2014 en 161 in 2015) in de dagelijkse praktijk slechts 14 respectievelijk 11 werknemers zich concreet/fysiek bezighielden met de productie van tuinmeubelen. Jardin onderscheidt haar werkzaamheden in vier activiteiten: het vervaardigen van kunststof (onderdelen) van tuinmeubelen, het vervaardigen van andere kunststof producten, research & development en handelsactiviteiten. Het grootste deel van haar werknemers houdt zich bezig met de drie laatste activiteiten. Jardin stelt zich daarom op het standpunt dat zij zich niet in hoofdzaak bezighoudt met de in het Verplichtstellingbesluit van BPF Meubel genoemde werkzaamheden.

BPF Meubel voert aan dat de stelling dat slechts die werknemers die feitelijk meubels vervaardigen onder de werkingssfeer vallen, zoals Jardin betoogt, miskent dat een groot aantal werknemers ondersteunende taken heeft bij dat proces en als “betrokken” is aan te merken in de zin van het Verplichtstellingsbesluit. Zonder laatstbedoelde werknemers kan de door Jardin geëxploiteerde onderneming als zodanig niet bestaan.

Uitleg werkingssfeerbepaling

Het Hof te Amsterdam oordeelt dat de werkingssfeerbepalingen zoals opgenomen in het Verplichtstellingsbesluit moeten worden uitgelegd aan de hand van de zogenoemde cao-norm. Dat betekent dat aan de werkingssfeerbepalingen een uitleg naar objectieve maatstaven moet worden gegeven, waarbij rekening moet worden gehouden met de in het Verplichtstellingsbesluit (en de eventuele toelichting daarop) gebruikte bewoordingen en op de aannemelijkheid van de
rechtsgevolgen waartoe de onderscheiden tekstinterpretaties zouden leiden. Het drijven van een onderneming in de Meubelindustrie en Meubileringsbedrijven veronderstelt in het algemeen activiteiten die meer omvatten dan het louter produceren van goederen, zoals (onder meer) het verwerven van grondstoffen en het verkopen van de geproduceerde producten. Het is dus niet goed denkbaar dat werknemers die ondersteunende werkzaamheden verrichten ten behoeve van het fysieke vervaardigingsproces, niet mee zouden tellen in de berekening. Zonder die ondersteunende werkzaamheden zou de onderneming immers niet op dezelfde wijze gevoerd kunnen worden. Het Hof te Amsterdam oordeelt dat Jardin en haar werknemers verplicht onder de werkingssfeer vallen van het Verplichtstellingsbesluit van BPF Meubel. Ook omdat Jardin onvoldoende heeft aangetoond dat het merendeel van producten andere producten zijn dan tuinmeubelen.

Praktijkervaring

In de praktijk komen wij zeer regelmatig gevallen tegen waarbij de onderneming, net als in bovenstaand geval, onder de werkingssfeer van een verplichtgesteld bedrijfstakpensioenfonds valt. Dit kan behoorlijke financiële consequenties met zich meebrengen, omdat een verplichtgesteld bedrijfstakpensioenfonds de pensioenpremies met terugwerkende kracht vordert. Laat u om die reden goed adviseren over het wel of niet van toepassing zijn van een verplichtgesteld bedrijfstakpensioenfonds op uw onderneming.

Vraagt u zich af of uw onderneming onder de werkingssfeer van een verplichtgesteld bedrijfstakpensioenfonds, neemt u dan contact op met Martijn Moonen of Megin van Kempen.