Special Eindejaarstips Human Resource HR
20 november 2018

Special Eindejaarstips: Human Resource (HR)

In de eindejaarstips op het gebied van Human Resource gaan we o.a. in subsidie praktijkleren, 30% regeling, wijzigingen auto van de zaak en werkkostenregeling (WKR).

1. Minimumloon 1 januari 2019

Per 1 januari 2019 wordt het wettelijk minimumloon verhoogd met 1,34%. Voor een volledige werkweek zijn de minimumlonen als volgt:

Leeftijd Per maandPer weekPer dag
22 jaar en ouder€ 1.615,80€ 372,90€ 74,58
21 jaar€ 1.373,45€ 316,95€ 63,39
20 jaar€ 1.131,05€ 261,05€ 52,21
19 jaar € 888,70€ 205,10€ 41,02
18 jaar€ 767,50€ 177,15€ 35,43
17 jaar€ 638,25€ 147,30€ 29,46
16 jaar € 557,45€ 128,65€ 25,73
15 jaar€ 484,75€ 111,85€ 22,37


Per 1 juli 2019 krijgen werknemers vanaf 21 jaar (in plaats vanaf 22 jaar), recht op het volledige minimumloon en gaat het minimumjeugdloon voor werknemers van 18, 19 en 20 jaar verder omhoog. Voor BBL Leerlingen gelden voor de leeftijd van 18 t/m 20 jaar afwijkende bedragen.

2. Subsidie praktijkleren

De Tweede Kamer heeft unaniem een motie aangenomen waarin wordt verzocht om de bezuiniging op de subsidieregeling praktijkleren te schrappen. Diverse organisaties hadden eerder hun zorg geuit of de subsidie praktijkleren zou blijven bestaan. Eerder was de regeling al voor één jaar verlengd. Inmiddels is er door de Tweede kamer mee ingestemd dat de subsidieregeling praktijkleren in elk geval gehandhaafd blijft tot 2023. De subsidie voor de begeleiding van mbo-studenten op de werkvloer is maximaal 2.700 euro.

3. Sectorpremies dalen in 2019 en verdwijnen per 2020

Onlangs zijn door UWV de sectorpremies voor 2019 gepubliceerd. De gemiddelde sectorpremie daalt flink: van 1,28% in 2018 naar 0,77% in 2019. 48 sectoren krijgen te maken met een lager premie-percentage. Daarnaast is er het plan voor de beëindiging van de sectorpremies (en sectorfondsen) per 1 januari 2020. Desondanks is er in het laatste jaar van de sectorpremies in 13 sectoren juist sprake van een stijging van de premie.
Het is de verwachting dat per 1 januari 2020 de sectorpremies worden vervangen door andere bepaling van de WW premie.De hoogte van de WW-premie gaat afhangen van de contractduur. Werkgevers gaan een lagere WW-premie betalen voor werknemers met een vast contract dan voor werknemers met een flexibel contract.

4. Looptijd 30% regeling

De 30%-regeling voor buitenlandse werknemers met een specifieke deskundigheid wordt gewijzigd. Vanaf 2019 mogen werkgevers de regeling nog maar vijf jaar toepassen in plaats van de op dit moment geldende acht jaar. Volgens deze regeling mag een werkgever 30% van het salaris van de betreffende werknemer belastingvrij uitbetalen als tegemoetkoming in de extra kosten van de buitenlandse werknemer. Een hoger percentage mag ook, mits aannemelijk wordt gemaakt dat de kosten ook hoger zijn.

Er gelden wel de nodige voorwaarden om de regeling te mogen toepassen. Met name moet er sprake zijn van een specifieke deskundigheid. Dit is onder meer het geval als het jaarsalaris, exclusief de belastingvrije vergoeding, in 2018 minstens € 37.296 bedraagt. Ook moet de werknemer voordat hij bij de Nederlandse werkgever in dienst trad, op minstens 150 km afstand van Nederland hebben gewoond. Het kabinet heeft besloten wel overgangsrecht in te voeren voor de groep waarvoor de regeling als gevolg van deze maatregel in 2019 of 2020 zou eindigen. Consequentie voor de werknemer is een substantieel lager loon omdat er een behoorlijke vergoeding wegvalt. Voor werkgevers die een nettoloon afspraak hebben gemaakt betekent die hoger loonkosten.

5. Fiets van de zaak

Er komt vanaf 2020 een nieuwe regeling voor de fiets van de zaak. Net als bij de auto moet er belasting betaald worden over de consumentenadviesprijs van de fiets. Dit is alleen van toepassing indien de fiets ter beschikking staat voor woon-werkverkeer. Dan wordt de fiets namelijk ook geacht voor privégebruik ter beschikking te staan. De bijtelling voor de fiets gaat 7% bedragen. Hoeveel uw werknemer daardoor aan extra belasting betaalt, hangt af van de prijs van de fiets en van zijn inkomen. Hogere inkomens betalen dus meer voor het fietsgebruik.

De maatregel gaat niet gelden als de fiets verstrekt of vergoed wordt. De fiets moet dus eigendom blijven van de werkgever en de werknemer mag deze gebruiken. Dit betekent ook dat de fiets bij het einde van het dienstverband moet worden teruggegeven of dat de werknemer een reëel bedrag betaalt voor het overnemen van de fiets. De bijtelling omhelst niet eventuele accessoires die ter beschikking worden gesteld, zoals regenpakken, fietstassen etc. Daarvoor gelden de normale regels van de werkkostenregeling.

6. Wetsvoorstel voor de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB)

Op dit moment ligt er een wetsvoorstel in de Tweede kamer voor de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB).Het wetsvoorstel moet het voor werkgevers aantrekkelijker maken om werknemers een vast contract aan te bieden.

Belangrijkste voorgestelde maatregelen uit de WAB:

  • Werknemers krijgen na drie jaar recht op een vast contract in plaats van de huidige twee jaar.
  • Werknemers krijgen vanaf het begin van hun arbeidsovereenkomst recht op een transitievergoeding bij ontslag (i.p.v. na twee jaar in dienst).
  • Er komt een nieuwe ontslaggrond bij: Hierdoor kan een werkgever verschillende ontslagredenen met elkaar combineren in een ontbindingsverzoek (de zogeheten cumulatiegrond).
  • Een werkgever kan straks een proeftijd van maximaal vijf maanden afspreken in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. In een tijdelijk contract van twee jaar of langer mag een proeftijd van maximaal drie maanden worden overeengekomen.
  • Payrollwerknemers krijgen recht op dezelfde primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden als werknemers die rechtstreeks bij de opdrachtgever in dienst zijn.
  • Werkgevers gaan een hogere WW-premie betalen voor werknemers met een flexibel contract dan voor werknemers met een vast contract.
  • De opbouw van de transitievergoeding wordt verlaagd bij lange dienstverbanden.

7. Vraag uw werknemer bij twijfel om een woonplaatsverklaring

De loonbelasting kent een aantal heffingskortingen. Deze bestaan uit een belasting- en een premiedeel. Vanaf 1 januari 2019 hebben alleen inwoners van Nederland recht op het belastingdeel van de loonheffingskorting. Niet-inwoners hebben daar geen recht meer op. Zij hebben alleen nog recht op het premiedeel, als ze in Nederland verzekerd zijn voor de volksverzekeringen.

Voor het belastingdeel van een van de heffingskortingen, de arbeidskorting, geldt een uitzondering: werknemers die inwoner zijn van een andere lidstaat van de EU, van een EER-land (IJsland, Noorwegen en Liechtenstein), Zwitserland of de BES-eilanden (Bonaire, Sint Eustatius en Saba), hebben wel recht op het belastingdeel van de arbeidskorting.

Let op! Dit betekent dat u vanaf 1 januari 2019 moet bepalen of u voor een werknemer wel of niet rekening moet houden met het belastingdeel van de heffingskortingen. Of dat u misschien alleen rekening moet houden met het belastingdeel van de arbeidskorting. Daarvoor moet u dus weten van welk land een werknemer inwoner is, zodat u de juiste loonbelastingtabel kunt gebruiken.

8. Wijzigingen auto van de zaak


Vanaf 1 januari 2019 vindt er een aanpassing plaats voor elektrische auto’s met een catalogusprijs van meer dan € 50.000. De 4%-bijtelling geldt dan namelijk nog maar voor elektrische auto’s tot € 50.000. Daarboven dient rekening te worden gehouden met een percentage van 22% voor duurdere auto's. Stel dat de grondslag voor de bijtelling € 80.000 bedraagt, dan geldt er een bijtelling van 4% voor de eerste
€ 50.000 en 22% voor het meerdere (€ 30.000).

Aanpassing bijtelling per 2021

Vanaf 2021 gaat ook voor elektrische auto’s gelden dat over de gehele cataloguswaarde 22% bijtelling verschuldigd is. Eigenaren van een elektrische auto hebben dan dus geen fiscaal voordeel meer van hun auto.

9. Praktische zaken voor de salarisadministratie

Wijzigingen (mutaties) 2018

Wijzigingen over het jaar 2018 kunnen tot 11 januari 2019 aan ons worden doorgegeven.

WHK beschikking

Graag ontvangen wij van u zo spoedig mogelijk de WHK beschikking 2019. Deze beschikking zal een dezer dagen door de Belastingdienst aan u worden verstrekt.

Afwisselend gebruik bestelauto

Heeft u in 2019 een of meerdere bestelauto’s die afwisselend gebruikt worden door twee of meer medewerkers, en wilt u gebruik maken van € 300 belasting betaling via de eindheffing. De Belastingdienst heeft bepaald dat de eindheffing maandelijks dient te worden opgenomen in de loonaangifte. Graag ontvangen wij zo spoedig mogelijk van u de gegevens betreffende bestelauto’s en de namen van de medewerkers die de bestelauto rijden.

Werkkostenregeling (WKR)

U mag tot maximaal 1,2 % van de totale fiscale loonsom gebruiken voor onbelaste vergoedingen en verstrekkingen aan uw werknemers. Dit heet de vrije ruimte. Over het bedrag boven deze vrije ruimte betaalt u loonbelasting in de vorm van een eindheffing van 80%. Met de loonaangifte over het tijdvak januari 2019 moet de werkkostenregeling over het boekjaar 2018 worden afgerekend. Sommige vergoedingen zijn al opgenomen in de salarisadministratie en worden dan ook al verwerkt als zijnde vergoedingen die verantwoord worden in de vrije ruimte. Echter, de vergoedingen en/of verstrekkingen die u rechtstreeks boekt in de financiële administratie dient u separaat aan ons kenbaar te maken. Wij verzoeken u dan ook voor 19 januari 2019 door te geven of er nog vergoedingen of verstrekkingen hebben plaatsgevonden welke voor de WKR van toepassing zijn. De bedragen dienen inclusief BTW te worden vermeld. Wilt u gebruik maken van de concernregeling, dan vernemen wij dat graag van u.

Heeft u naar aanleiding voor bovenstaande onderwerpen nog vragen, neem dan gerust contact op met uw relatiebeheerder. Hij / zij helpt u graag verder.