Belastingplan 2019
19 september 2018

Prinsjesdag 2018: Het venijn zit ‘m in de staart

Prinsjesdag 2018, bijna folklore en zelfs met een grappig bedoelde catwalk. Maar ook met droge cijfers, koopkrachtplaatjes en andere voor de bühne bedoelde oneliners.

Voor mij als fiscalist is natuurlijk het belastingplan een belangrijk document. Ik lees aanpassingen die feitelijk al bekend waren. De tarieven in box 1 worden verlaagd en gaan naar 2 schijven toe en dat wordt in de periode 2019/2021 gerealiseerd. Daar staat tegenover dat de belangrijkste aftrekposten, hypotheekrente eigen woning en de ondernemersfaciliteiten (met name de zelfstandigenaftrek), in fasen aftrekbaar worden gemaakt tegen het laagste tarief. Afhankelijk van de persoonlijke omstandigheden moet nog beoordeeld worden of dit positief of negatief uitvalt.

De tarieven voor de vennootschapsbelasting worden verlaagd, zij het minder dan aangekondigd, want de dividendbelasting wordt immers afgeschaft. Het bedrijfsleven gaat de prijs hiervoor betalen!

Het tarief voor de aanmerkelijk belang heffing in box 2 (aan de orde als een aandeelhouder/natuurlijk persoon dividend uitkeert of zijn/haar aandelen verkoopt) gaat in 2 fasen omhoog, van 25% naar uiteindelijk 26,9%. Er is geen overgangsmaatregel. Dat betekent voor ons dat wij, samen met onze cliënten, moeten beoordelen of en in hoeverre er in 2019 dividend uitgekeerd zou moeten worden om een belastingverhoging te voorkomen.

Diverse andere aanpassingen benoem ik niet want dit stuk is niet bedoeld als samenvatting.

Vervolgens lees je verder en dan staat er, verstopt in de miljoenennota zelf, nog een onaangename verrassing voor de directeur/aandeelhouders: de regering heeft de intentie om rekening courant schulden van de directeur/aandeelhouder aan de eigen BV, boven een saldo van € 500.000 te gaan belasten. Met andere woorden: je mag geen hogere rekening courant schuld meer hebben en je gaat belastingheffing in box 2 betalen over het meerdere! De feitelijke inhoud van de regeling is nog onbekend.

Een zeer omstreden maatregel die ook indruist tegen de uitgangspunten van de belastingwetgeving. Schuld werd immers nog nooit belast, althans niet rechtstreeks op basis van de wet. Voor veel directeur/aandeelhouders gaat dit een probleem vormen en in ieder geval een potentieel hoofdpijndossier. Voor mij geldt dat ik vooral aandacht wil vragen voor het totaal beeld: past een afbouw van de schuld aan de BV middels dividend ook in het plaatje van de tariefsverhoging? Past het in de totale financiële en fiscale planning?

Belangrijkste punt is dat onze cliënt een duidelijk beeld krijgt van hetgeen hem/haar boven het hoofd hangt en kan anticiperen op de aangekondigde plannen. Dat beeld kunnen wij schetsen en gebruiken voor een gezamenlijk te maken planning. Gelukkig hebben we nog ff, want de maatregel gaat in per 1 januari 2020. 2019 zal een fiscaal, bewogen jaar worden!

Maarten Arts
Belastingadviseur/partner Crowe Foederer