Korte nieuwsberichten
16 maart 2018

Korte nieuwsberichten (03-2018)

Een aantal korte nieuwsberichten (03-2018) voor u op een rijtje!

1. Meer partnerverlof bij toekomstige baby

Bij de geboorte van een baby krijgt de partner van de moeder voortaan meer vrij. Het kabinet gaat dit via een wetsvoorstel realiseren. Als het wetsvoorstel wordt aangenomen wordt dit vanaf 1 januari volgend jaar een hele week voor rekening van de werkgever.

Daarnaast kan de partner in het eerste half jaar na de geboorte van de baby straks nog eens vijf weken extra verlof krijgen. Dit moet ingaan per 1 juli 2020. In die periode krijgt de werknemer 70% van het loon doorbetaald. Adoptie- en pleegzorgverlof voor ouders wordt ook verlengd, van vier naar zes weken. De week geboorteverlof kan volgens het voorstel meteen worden opgenomen, maar ook in de eerste vier weken na de bevalling. Dit naar keuze van de werknemer.

Of het geboorteverlof ook gaat gelden voor partners die zzp'er zijn, is nog onduidelijk

2. Recht op dubbele aftrek hypotheekrente?

Bent u verhuisd en staat uw oude woning enige tijd te koop, dan mag u tijdelijk de hypotheekrente op beide woningen aftrekken. 'Tijdelijk' betekent in dit geval tot maximaal drie jaar na het jaar waarin u de woning verliet. Voorbeeld: u bent op 6 mei 2015 verhuisd. U mag de hypotheekrente van uw oude woning nog tot uiterlijk 31 december 2018 aftrekken.

Ook moet het duidelijk zijn dat deze te koop staat. Zorg daarom dat u aannemelijk kunt maken dat u uw woning wilde verkopen, bijvoorbeeld door hiervoor een makelaar in te schakelen.

Na aankoop van een nieuwe woning kunt u natuurlijk ook nog tijdelijk in uw oude blijven wonen, zolang deze nog niet verkocht is. In dit geval kunt u ook de hypotheekrente voor de nieuwe woning al aftrekken, op voorwaarde dat u in het jaar van aangifte of een van de drie jaren erna naar verwachting in de woning gaat wonen. Het moet een leegstaande woning zijn, een woning in aanbouw of een nieuwbouwwoning.

3. Uw WOZ-beschikking komt er weer aan!

Nog even en de nieuwe WOZ-beschikking valt weer in de bus. Op basis hiervan ontvangt u een eigenarenheffing OZB en voor bedrijfspanden tevens een gebruikersheffing OZB. 

Uw WOZ-beschikking is ook bepalend voor tal van andere belastingen. Zoals voor het eigenwoningforfait, de waardebepaling in box 3 van privé verhuurd onroerend goed en voor de heffing van schenk- en erfbelasting indien er een onroerende zaak in het spel is. 

Als een pand niet individueel getaxeerd is, komt het nogal eens voor dat met individuele waardeverminderende factoren geen of onvoldoende rekening is gehouden. Daarbij kunt u denken aan achterstallig onderhoud, betonrot, vochtoverlast en dergelijke. Daarnaast bepaalt ook de omgeving de waarde van een onroerende zaak. Hierbij kunt u denken aan bijvoorbeeld geluidsoverlast door verkeer, stankoverlast door fabrieken of overlast door horeca. Is er naar uw mening met één of meerdere waardedrukkende factoren geen of onvoldoende rekening gehouden, dan kunt u in bezwaar. 

4. Wifi in vakantiewoning met 6% btw?

Als u een vakantiebungalow huurt, kunt u hier vaak over wifi beschikken. Wat is daarvoor het btw-tarief als dit apart in rekening wordt gebracht?

Volgens de inspecteur moest deze aangeboden wifi belast worden met 21% btw. De verhuurder vond dat dit 6% moest zijn.In deze kwestie was van belang of het aanbieden van wifi als 'bijkomende dienst' kan worden aangemerkt bij de verhuur van een vakantiewoning. De verhuur van een vakantiewoning is belast tegen 6% btw en voor wifi zou dan ditzelfde tarief ook gelden. De rechter vond inderdaad dat er sprake was van een bijkomende dienst. Daarbij was bepalend dat volgens onderzoek wifi tegenwoordig voor de meeste vakantiegangers zó belangrijk is, dat het standaard tot een verhuurde vakantiewoning dient te behoren.

Van belang was ook dat uitsluitend in de vakantiewoningen van wifi gebruik kon worden gemaakt en dat hiervoor, in relatie tot de huur van de woning, slechts een gering bedrag bijbetaald hoefde te worden.

5. Meerwaardeclausule bij eigendomsoverdracht familiebedrijf

Heeft u een familiebedrijf en wilt u dit overdragen aan een van uw kinderen? Om uw kind op weg te helpen, wordt indien mogelijk, overgedragen tegen een lagere waarde dan de vrije verkoopwaarde van het bedrijf. Het is echter niet uw bedoeling dat de opvolger het bedrijf vervolgens alsnog verkoopt en de winst in eigen zak steekt. Dat is voor u, maar ook voor de andere kinderen of de erfgenamen vervelend. Hoe voorkomt u nou dat het bedrijf na een overdracht binnen de familie, alsnog snel met winst wordt verkocht?

Het is verstandig om de methode voor de waardebepaling van het bedrijf vooraf vast te leggen. Denk dan niet alleen aan de waardebepaling voor de overdracht binnen de familie, maar ook aan de waardebepaling bij een vrije verkoop aan derden.
U voorkomt problemen door in de eigendomsoverdracht een meerwaardeclausule opnemen. De bedrijfsopvolger wordt dan verplicht om de winst te delen met u, met uw andere kinderen en/of met uw erfgenamen. 

U doet er goed aan de afspraken en voorwaarden zo duidelijk mogelijk op te laten schrijven. Daarmee voorkomt u vervelende discussies en lange juridische procedures. Win advies in bij uw relatiebeheerder als u de afspraken gaat opstellen.