onderbouwd ontslagdossier
20 juni 2018

Een niet goed onderbouwd ontslagdossier

Als u het dossier van werknemer die u wilt ontslaan niet goed op orde hebt, kan dit leiden tot een afwijzing van uw verzoek bij het UWV of de rechter.

In gevallen waarbij de arbeidsrelatie door uw toedoen is verstoord, kan dit leiden tot een toekenning van uw verzoek door de rechter, maar dan wel met een behoorlijke ontslagvergoeding. In dit geval: een billijke vergoeding van € 628.000,- bruto.

Situatie

Werknemer is werkzaam als Senior Projectmanager ICT. Op 23 mei 2017 besluit werkgever plots dat de functie komt te vervallen. Per die datum wordt werknemer geen werk meer toebedeeld. Een duidelijke reden daarvoor wordt niet gegeven en de taken/verantwoordelijkheden schijnen ‘met een pennenstreek’ te zijn overgeheveld naar een collega in het buitenland.

Werknemer heeft zich op 7 juli 2017 ziekgemeld. De bedrijfsarts heeft op 11 augustus 2017 beoordeelt dat de werknemer niet meer ziek is. Wel geeft hij daarbij aan dat werkhervatting tot nieuwe uitval zal (kunnen) leiden. In september 2017 dient werkgever een ontslagaanvraag in bij het UWV in verband met bedrijfseconomische redenen. In november 2017 heeft er nog een gesprek plaatsgevonden tussen het Hoofd HR en werknemer. Daarbij heeft werknemer aangegeven dat het niet goed met hem gaat. Werkgever heeft in het gesprek aangegeven dat werkhervatting mogelijk tot nieuwe uitval kan leiden. Om die reden wordt werknemer vrijgesteld van werk, totdat het UWV een beslissing heeft genomen.

Vergunning geweigerd, ontbindingsverzoek bij rechter

Mede op grond van het verweer van de werknemer wordt de vergunning door UWV geweigerd. De werkgever dient vervolgens een verzoek tot ontbinding bij de rechtbank in. Enerzijds op grond van bedrijfseconomische redenen en anderzijds op grond van een verstoorde arbeidsrelatie. Deze verstoorde arbeidsrelatie zou volgens werkgever aanwezig zijn omdat werknemer overtuigd lijkt te zijn dat er sprake is van persoonlijke motieven en er een enorme boosheid lijkt te bestaan die weer tot nieuwe conflicten en/of uitval zou kunnen leiden.

De werknemer voert verweer en verzoekt de rechter om toegang tot zijn werkzaamheden dan wel om hem een passende functie aan te bieden. Als het verzoek wordt toegekend op basis van de bedrijfseconomische omstandigheden, verzoekt de werknemer de transitievergoeding (€ 86.022,-) en een vergoeding voor outplacement. Mocht er sprake zijn van een verstoorde arbeidsrelatie, dan verzoekt de werknemer aanvullend een billijke vergoeding bij ter hoogte van € 739.647. Daarnaast verzoekt de werknemer om de resterende waarde van de vakantiedagen uit te betalen die, na eerdere discussies, door werknemer vastgesteld is op € 46.534,50.

Uitspraak rechter

In eerste instantie hebben werkgever en werknemer geprobeerd de zaak te schikken. Toen dit niet lukte hebben partijen de rechter verzocht de arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van een verstoorde arbeidsverhouding. Partijen vragen de rechter een oordeel te geven over (onder andere) de billijke vergoeding. De rechter is van oordeel dat er sprake is van dusdanig (ernstig) verwijtbaar handelen van de werkgever dat aan werknemer een billijke vergoeding zal worden toegekend ter hoogte van € 628.000. Bij het bepalen van de hoogte hiervan heeft de rechter rekening gehouden met het feit dat werknemer 35 jaar lang goed heeft gefunctioneerd en daardoor een goede kans aanwezig was dat werknemer tot aan zijn pensioen bij werkgever in dienst zou zijn gebleven.

De rechter zoekt daarom (schattenderwijs) aansluiting bij de inkomens- en pensioenschade die de werknemer zal lijden tot aan zijn pensioengerechtigde leeftijd. Daarbij wordt ook rekening gehouden met de mogelijkheid dat werknemer nog inkomsten zou kunnen genereren als zelfstandige, maar dat dit moeilijk kan/zal zijn in verband met zijn eenzijdige werkervaring en het ontbreken van een vervolgopleiding na het behalen van zijn VWO diploma. De rechter schat de inkomensschade op € 126.000 tijdens de WW-uitkering en € 453.000 na de WW-uitkering. De pensioenschade wordt vastgesteld op € 92.000. De helft van de transitievergoeding wordt op het totaal in mindering gebracht.

Vragen/contact

Hieruit blijkt maar weer eens dat een bedrijfseconomisch ontslag goed dient te worden voorbereid en onderbouwd. Onze juristen hebben ruime ervaring met het begeleiden en indienen van ontslagaanvragen bij het UWV. Voorziet u een ontslagronde? Neem dan contact op met onze arbeidsjuristen Martijn Moonen of Megin van Kempen.