1211947 95300596
12 oktober 2017

Special Regeerakkoord 2017: Sterke wijziging belastingtarieven

Het kabinet wil het belastingstelsel hervormen om een aantal doelen te bereiken: de verschillen in fiscale behandeling tussen een- en tweeverdieners verkleinen, werken meer belonen voor mensen met een middeninkomen, vervuiling belasten, belastingontwijking aanpakken en het fiscale vestigingsklimaat verbeteren voor bedrijven die in Nederland daadwerkelijk economische activiteiten en banen genereren. 

De belastingtarieven zijn een belangrijk instrument om de doelen te bereiken. De voorstellen voor de tarieven zijn hierna samengevat. 

1.1 Inkomstenbelasting

A. Invoering vlaktaks in de inkomstenbelasting

Voorgesteld tarief inkomstenbelasting / premies volksverzekeringen 2019
Belastbaar inkomen meer dan (€) maar niet meer dan (€) Tarief 2019 (%)
1e schijf - 68.600 36,93
2e schijf 68.601 - 49,5

Deze percentages zijn inclusief premies volksverzekeringen.

Net zoals in de huidige situatie betalen AOW-gerechtigden geen AOW-premie. Hierdoor gaan voor deze groep drie belastingschijven bestaan. 

Het inkomensbeginpunt van de tweede schijf wordt gedurende de kabinetsperiode niet geïndexeerd en blijft gelijk aan (ongeveer) € 68.600. Het beginpunt is gerelateerd aan het beginpunt van de hoogste schijf in 2018. 

B. Aanpassing heffingskortingen

Algemene heffingskorting
De algemene heffingskorting wordt in 2021 met ongeveer € 350 verhoogd. 

In 2018 bedraagt de algemene heffingskorting maximaal € 2.265 (voor iemand die jonger is dan de AOW-gerechtigde leeftijd). 

Arbeidskorting
De maximale arbeidskorting wordt verhoogd met ongeveer € 365 (de maximale arbeidskorting in 2018 bedraagt € 3.249), maar wordt sneller afgebouwd. 

Ouderenkorting 
De ouderenkorting wordt verhoogd met ongeveer € 160 (de maximale ouderenkorting in 2018 bedraagt € 1.418). Op basis van de huidige regels wordt de ouderenkorting bij een inkomen rond de 
€ 36.057 verminderd naar € 71. Het voorstel is om een geleidelijke inkomensafhankelijke afbouw te introduceren. 

Inkomensafhankelijke combinatiekorting
De vaste voet (voor 2018 is € 4.895 voorgesteld) verdwijnt en het opbouwpercentage wordt verhoogd naar 11,45%. De maximale inkomensafhankelijke combinatiekorting blijft gelijk, maar wordt al bij een lager inkomen bereikt.  

Afschaffen inkomensafhankelijke combinatiekorting en arbeidskorting bij ziektewetuitkeringen
De inkomensafhankelijke combinatiekorting en de arbeidskorting zijn niet meer van toepassing bij ziektewetuitkeringen zonder dienstverband. Uitkeringen in het kader van de Werkloosheidswet en de Ziektewet worden daardoor gelijk behandeld. Deze maatregel geldt voor nieuwe gevallen. 

Geleidelijk afschaffen overdraagbaarheid inkomensafhankelijke combinatiekorting en arbeidskorting
In lijn met de afbouw van de uitbetaling van de algemene heffingskorting tegen het partnerinkomen, wordt ook de uitbetaling van de inkomensafhankelijke combinatiekorting en arbeidskorting tegen het partnerinkomen afgebouwd. 

C. Verhoging tarief aanmerkelijk belang (box 2)

Het tarief in box 2 wordt in 2020 verhoogd naar 27,3% en in 2021 naar 28,5%. 

Het huidige tarief bedraagt 25%. Dit betekent dat de belastingheffing op inkomen uit aanmerkelijk belang, zoals dividenduitkeringen en resultaat bij verkoop van aanmerkelijkbelangaandelen, wordt verhoogd.  

Tip! Indien de verhoging door de regering wordt goedgekeurd en u wilt een dividenduitkering doen, doet u dat dan uiterlijk in 2019. Zo kunt u de dividenduitkering tegen een tarief van 25% uitbetalen. Keert u in 2020 € 100.000 dividend uit, dan kost u dat € 2.300 meer aan belastingheffing ten opzichte van 2019. 

D. Aanpassing belastingvrij vermogen box 3

Het belastingvrije vermogen in box 3 wordt per 1 januari 2018 aangepast naar € 30.000 per belastingplichtige (voor partners in totaal € 60.000). In 2017 is de belastingvrije voet € 25.225 per belastingplichtige. 

Daarnaast wordt sneller aangesloten op het werkelijke rendement en gaat het kabinet een voorstel doen om vermogensrendementsheffing op basis van het werkelijke rendement te laten plaatsvinden.

1.2 Vennootschapsbelasting

In eerdere belastingplannen is aangekondigd dat met ingang van 2018 de eerste schijf van de vennootschapsbelasting wordt verlengd van € 200.000 naar € 250.000. In het regeerakkoord wordt dit besluit teruggedraaid. Dit betekent dat in 2018 het tarief tot € 200.000 nog steeds 20% bedraagt. 

Daarnaast wordt vanaf 2020 het tarief in de vennootschapsbelasting verlaagd. Het voorstel is als volgt: 

Innovatiebox

Het tarief van de Innovatiebox wordt per 1 januari 2018 verhoogd van 5% naar 7%. 

Tip! Laat, indien nog mogelijk, in 2017 resultaat vallen in de Innovatiebox. U kunt dan gebruikmaken van een lager belastingtarief. 

1.3 Btw en tabaksaccijns

Om de belastingverlaging in de inkomstenbelasting mogelijk te maken wordt voorgesteld om per 1 januari 2019 het lage btw-tarief te verhogen van 6% naar 9%. Dit betekent dat de btw op bijvoorbeeld levensmiddelen, sportbeoefening en recreatie wordt verhoogd. 

Het hoge btw-tarief blijft 21%.

De tabaksaccijns wordt met ingang van 1 januari 2018 verhoogd (met hoeveel is nog niet bekend).

1.4 Afschaffen dividendbelasting

Per 1 januari 2018 wordt de dividendbelasting afgeschaft. De dividendbelasting bedraagt 15% en is in binnenlandse situaties een voorheffing op de inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting. 

Dit betekent dat in 2018 een dividenduitkering uit een bv, waarin u een aanmerkelijk belang heeft, geheel belast wordt tegen het inkomstenbelastingtarief van 25% van box 2. 

Tip! Wanneer u een dividenduitkering vanuit een bv waarin u een aanmerkelijk belang heeft ontvangt, vraag dan tijdig een aanslag inkomstenbelasting aan om belastingrente te voorkomen. 
Let op! Er is dus niet minder belasting verschuldigd over de dividenduitkering die ontvangen wordt door een dga! De heffing vindt geheel plaats in de inkomstenbelasting. 

1.5 Invoeren bronheffing royalty’s en rente

De afschaffing van de dividendbelasting betekent voor buitenlandse ondernemingen dat zij geen last meer hebben van niet te verrekenen dividendbelasting. Daardoor wordt Nederland voor buitenlandse ondernemingen aantrekkelijker. 

Tegelijkertijd wil het kabinet ervoor zorgen dat Nederland niet te aantrekkelijk wordt voor zogenaamde brievenbusfirma’s. Daarom wordt een bronbelasting ingevoerd op royalty’s en rente die wordt betaald aan gerechtigden die wonen of gevestigd zijn in landen met zeer lage belastingheffing. 

1.6 Toeslagen en kindgebondenregelingen

De kinderopvangtoeslag en kinderbijslag worden verhoogd. Daarnaast wordt het kindgebonden budget voor partners later afgebouwd, waardoor langer recht bestaat op het budget. 

De huurtoeslag wordt aangepast en vereenvoudigd. De toeslag wordt bij een bepaalde inkomensgrens niet hard afgebouwd, zoals nu het geval is, maar geleidelijk. 

Daarnaast zal de eigen bijdrage in de huurtoeslag vanaf 2019 worden gekoppeld aan de huurprijsontwikkeling.

Mocht u naar aanleiding van bovenstaande onderwerpen nog met vragen zitten over uw persoonlijke situatie, neem dan contact op met één van onze belastingadviseurs op de vestiging bij u in de buurt.