Nuance Wamel
22 september 2017

Nuance 07 - Interview met Freek van Wamel

Freek van Wamel riep al jaren dat hij tussen zijn 60 en 65e zou stoppen met werken. Omdat de overnameprocedure van het familiebedrijf volgens zijn accountant wel een paar jaar zou duren, startte hij ermee op zijn 60e.

Hij kon niet vermoeden dat alles binnen één jaar in kannen en kruiken zou zijn. Goed geregeld maar hij had in dat jaar toch wel een behoorlijk aantal slechte nachten…

Het moeilijkst voor hem was dat de overnameprocedure zolang geheim moest blijven: „Mijn vrouw, kinderen en een bevriend fiscalist wisten ervan. Verder niemand. Ik moest ‘s avonds vaak naar kantoor om gegevens te verzamelen en voelde me een soort van spion in mijn eigen bedrijf. De laatste tien jaar was ik bijna altijd op kantoor en nu had ik ineens veel afspraken buiten de deur. Ik moest allerlei smoesjes verzinnen en daar houd ik niet van. Ik ben heel open.”

Pa van Wamel werkte door tot zijn 75e. Freek: „Ik heb altijd gezegd dat ik tussen mijn 60e en 65e jaar zou stoppen met werken. Op mijn 55e vroeg mijn accountant of ik al bezig was met mijn opvolging. Ik dacht: ‘Hallo, ik ben nog te jong, dat komt nog wel’. Hij antwoordde: ‘Zo’n proces duurt een aantal jaren, dat moet je tijdig starten.’ Mijn vrouw herinnerde me rond mijn 59e verjaardag aan mijn eigen woorden. Ik had het nog heel goed naar mijn zin, dan maakt een paar jaar niet uit. Ik sprak er met mijn bevriend fiscalist over en besloot om het toch in gang te zetten. Dan ga je in gesprek met mensen die je daarbij kunnenbegeleiden. Via de fiscalist kwam ik bij Crowe Horwath Foederer Eindhoven terecht. Er was meteen een klik met Harrie en Guus van Houts. Guus en zijn assistent Jaap werden mijn vaste aanspreekpunten.”

DERDE GENERATIE

„Het had natuurlijk zo kunnen zijn dat een van mijn kinderen (35, 33 en 30 jaar) het bedrijf over wilde nemen. Ik kondigde vier jaar geleden bij hen aan dat ik rond mijn 60e wilde stoppen. Het zou leuk zijn geweest als er een derde generatie zou komen, dan zou het ook meer geleidelijk zijn gegaan. De jongste twee zeiden meteen dat het niets voor hen was. De jongste dochter is onderwijzeres, een zoon werkt bij Rijkswaterstaat. De oudste heeft een mooie baan als business unit controller en wilde er over nadenken. Na driekwart jaar zei hij: ‘Pap, ik doe het niet. Ik denk niet dat ik dat mijn hele leven wil blijven doen. Er komen nog heel leuke dingen op mijn pad en als ik de keuze maak om het familiebedrijf in te gaan, betekent het dat ik dat tot mijn pensioenleeftijd zal blijven doen. En dat benauwt me.’ Ik vroeg me af of ik er destijds ook zo over had nagedacht. Nee. Maar ik begreep zijn punt en snapte dat hij het niet moest doen.”

Lees het volledige interview met Freek van Wamel hier.